De seroprevalentie van SARS-CoV-2 onder zorgwerkers

Coronavirus

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) verklaarde COVID-19 op 11 maart 2020 1 als een pandemie en momenteel zijn er meer dan 24 miljoen gevallen gemeld, met meer dan 820.000 doden tot gevolg. De epidemiologie van de COVID-19-infectie is grotendeels gebaseerd op gevallen die ziekenhuisopname vereisen, en er is weinig bekend over de ware omvang van de ziekte. Serologisch populatieonderzoek biedt een nuttig hulpmiddel bij het schatten van het aantal personen dat is geïnfecteerd met het SARS-CoV-2-virus en die mogelijk een verminderd risico lopen op herinfectie. Er zijn verschillende schattingen van seroprevalentie op basis van de bevolking, variërend van 4,4% in Frankrijk 3 , 4,6% in Los Angeles 4 en 7,3% in Stockholm 2 , alle van april tot mei 2020.

Gezondheidswerkers worden in grotere mate aan het virus blootgesteld dan de samenleving als geheel en kunnen worden beschouwd als een verhoogd infectierisico. Tijdens de vorige SARS-epidemie omvatten zorgwerkers meer dan 20% van alle gevallen. Dit geeft aanleiding tot bezorgdheid over de veiligheid van eerstelijns gezondheidszorgbeoefenaars en het risico van instorting van het zorgstelsel en overdracht van zorginstellingen naar de gemeenschap. Er is echter weinig bekend over het beroepsrisico van zorgwerkers voor SARS-CoV-2-infectie De weinige nieuwe onderzoeken rapporteren relatief lage seroprevalenties (frequenties van vóórkomen van antistoffen tegen een ziekteverwekker in een bepaalde populatie), variërend van 1,6% tot 11,0%.

Dit onderzoek rapporteert de seroprevalentie van SARS-CoV-2 IgG-antilichamen onder zorgwerkers in een groot ziekenhuis voor acute zorg in Zweden. Daarnaast beoordelen de onderzoekers de associaties tussen seroprevalentie en zelfgerapporteerde symptomen en beroepsmatige blootstelling aan SARS-CoV-2.