Antibioticaresistentie (ABR)

Antibioticaresistentie - bacteriën die ongevoelig zijn geworden voor antibiotica - is momenteel een vooraanstaand topic in het werkveld van infectiepreventie.

ABR staat voor antibioticaresistentie. Het gaat hier om bacteriën die resistent – ongevoelig – zijn geworden voor antibiotica.

Hoewel antibioticaresistente bacteriën in Nederland nog niet massaal om zich heen grijpen, is alertheid van groot belang. Want wereldwijd komen deze antibioticaresistente bacteriën wel steeds meer voor. Willen we grote problemen in de toekomst voorkomen dan moeten we nu actie ondernemen. Deskundigen infectiepreventie zijn nauw verbonden met de ABR-zorgnetwerken. GGD GHOR Nederland en het Landelijk Netwerk Acute Zorg (LNAZ) zorgen voor de landelijke coördinatie in opdracht het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). De zorgnetwerken moeten de samenwerking tussen de diverse zorginstellingen bevorderen.

Epidemioloog Sabine de Greeff vertelt op RIVM.nl wat bekend is over de ernst en impact van antibioticaresistentie in Nederland:

“Het punt is: we weten niet hoe erg het is. We weten wel dat zowel gezonde als zieke mensen steeds vaker resistente bacteriën bij zich dragen.  Maar we weten niet of en zo ja hoeveel ‘dragers’ van deze bacteriën onbehandelbaar ziek worden. Je kunt de bacterie namelijk ook kwijtraken. Of je kunt ze langdurig bij je dragen zonder ergens last van te hebben.”

Lastig is ook dat wanneer een ziek iemand met een resistente bacterie overlijdt, de directe doodsoorzaak moeilijk te bepalen is. Doorgaans is dat de onderliggende ziekte, maar het kan zijn dat de bacterie de genadeklap geeft. “Hoe dat precies werkt, weten we niet. Je wilt in ieder geval voorkomen dat die bacteriën zich verspreiden”, aldus Sabine.

‘Zorgbrede samenwerking is noodzaak’

VHIG staat voor een gezamenlijke en zorgbrede aanpak om ABR te vertragen en oplossingen te onderzoeken. Zij juicht de samenwerking in de zorgnetwerken toe en werkt onder meer mee aan onderzoeken naar resistente bacteriën uitgevoerd door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).

Er zijn 10 regionale ABR-zorgnetwerken opgezet in opdracht van VWS. Evenals door de VHIG worden deze netwerken ondersteund en geadviseerd door het Landelijk Netwerk Acute Zorg (LNAZ) en GGD GHOR Nederland.

De belangrijkste taak van de zorgnetwerken is om te zorgen dat er een vorm van samenwerking ontstaat die de verschillende domeinen overstijgt. Om antibioticaresistentie aan te pakken is het nodig dat de behandel- (cure : ziekenhuizen, huisartsen) en zorgsector (care: overige zorginstellingen, zoals bijvoorbeeld verpleeg- en verzorgingstehuizen en thuiszorg) en de partijen binnen de publieke gezondheid (overheid: o.a. RIVM en GGD-en)  nauw samenwerken.

Naast het opzetten en stimuleren van samenwerking hebben de zorgnetwerken de volgende taken:

  • Het betrekken van zorginstellingen, organisaties en zorgprofessionals binnen het netwerk en deelname aan de landelijke surveillance
  • Het opstellen van een regionaal risicoprofiel en het daarop aanpassen van de beheersmaatregelen
  • Het beschikbaar maken van gegevens van periodieke prevalentiemetingen naar dragerschap van Bijzonder Resistente Micro-Organismen (BRMO’s)
  • Deskundigheidsbevordering door organisatie van bij- en nascholing
  • Inzicht krijgen in hoeverre infectiepreventiemaatregelen in zorginstellingen en bij andere aanbieders is geïmplementeerd
  • Streven naar een identieke en reproduceerbare manier van audits uitvoeren
  • Transparantie en communicatie faciliteren over de aanwezigheid van BRMO in de regio
  • Advisering bij bestrijdingsmaatregelen
  • Een effectief en transparant beleid ten aanzien van antimicrobial stewardship
  • Afstemmen en uitwisselen van het regionaal beleid op landelijk niveau

RIVM over ABR

In Nederland bestaat er een goed ontwikkeld surveillancesysteem om tijdig personen met resistente bacteriën op te sporen. Verder gelden strenge hygiënemaatregelen in ziekenhuizen en zorginstellingen om te voorkomen dat resistente bacteriën zich verspreiden.

In landen waar die maatregelen minder goed zijn doorgevoerd, is dat een ander verhaal. Daar wordt de verspreiding niet gestopt en kan het aantal resistente bacteriën snel stijgen. Op de site van de RIVM waarschuwt epidemioloog Sabine de Greeff voor de gevaren voor de om zich grijpende ABR.

“Dan wordt de kans op (onbehandelbare) infecties aanzienlijk groter”

In Nederland is 3 tot 10 procent van de bevolking drager van ESBL, een enzym dat door bacteriën wordt geproduceerd en bepaalde antibiotica kan afbreken. Om beter te begrijpen wat dat betekent voor het aantal mensen dat ziek wordt of overlijdt (ziektelast), is goed opgezet en langdurig onderzoek nodig, legt De Greeff uit. Bijvoorbeeld naar mensen die drager zijn om te kijken of ze er uiteindelijk ziek van worden. “Maar je kunt ze moeilijk hun hele leven volgen. Dat duurt te lang.” Je kunt ook niet herleiden hoelang ze een bacterie al bij zich dragen. Om de ziektelast te meten, zul je ook moeten kijken naar infecties die worden veroorzaakt door bacteriën die niet resistent zijn. Die komen immers ook voor. Bacteriën zijn nu eenmaal overal.

Wat doet het RIVM op dit gebied?

Naast onderzoeken voeren we verdiepende studies uit op basis van surveillance data, vertelt De Greeff. We kijken bijvoorbeeld of dezelfde typen bacteriën voorkomen bij zieke en niet-zieke mensen. De mate van overlap zegt iets over de kans op een infectie bij mensen die resistente bacteriën dragen. “De Greeff: ik wil graag weten hoe het zit. Want iedereen heeft recht op gezondheid.”