Respiratoire infecties

Luchtweginfecties komen zeer veel voor, vooral infecties van de bovenste luchtwegen.

Respiratoire (luchtweg)infecties komen dagelijks voor en variëren van mild tot ernstig. Ze kunnen klachten veroorzaken in de ‘bovenste’ of in de ‘lagere’ luchtwegen. De bovenste luchtwegen bestaan uit neus, keel, bijholten, middenoor, stembanden en luchtpijp. De lagere luchtwegen bestaan uit de grote en kleinere luchtwegen (bronchiën), het longweefsel en de longblaasjes.

De oorzaken kunnen van diverse verschillende pathogenen komen zoals bacteriëel, viraal of een mengeling van beide. Voorbeelden zijn bacteriën zoals pneumokokken of de kinkhoestbacterie en virussen zoals het griepvirus:

influenza A, influenza B,  Respiratoir Syncytieel Virus, Rhinovirus, humaan Meta Pneumo virus, Parainfluenza, Coronavirus, Adenovirus, Mycoplasma pneumoniae, Chlamydophila pneumoniae.

Griep wordt veroorzaakt door het griepvirus (influenzavirus). Het is een besmettelijke ziekte van de luchtwegen. Er zijn twee typen influenzavirussen die de meeste griep bij mensen veroorzaken: influenzavirus A en B.

Veel mensen zeggen griep te hebben als ze in de winter of de herfst door een verkoudheidachtige ziekte met wat koorts worden getroffen, maar hierbij gaat het meestal om een rhinovirus. Echte influenza leidt bij de meeste mensen tot aanzienlijke symptomen en een niet te verwaarlozen sterfte.

Het influenzavirus is zeer besmettelijk en is aanwezig in speeksel, snot en slijm. Het kan daarom makkelijk van mens tot mens worden overgedragen of via voorwerpen die zijn aangeraakt door iemand die het virus bij zich draagt.

Bron: https://influenzastichting.nl/

Rhinovirus is een geslacht virussen uit de familie van de zogenoemde picornavirussen. Er bestaan meer dan honderd verschillende soorten van het virus. Het virus veroorzaakt diverse aandoeningen aan de luchtwegen van mensen en dieren, waaronder verkoudheid.

Bij verkoudheid zijn de slijmvliezen in neus en keel ontstoken, wat klachten als een verstopte neus, niezen, hoesten, keelpijn, heesheid en eventueel oorpijn veroorzaakt .

Overdracht vindt plaats via aerosolen of via direct contact met besmette handen en oppervlakten. Het rhinovirus muteert snel. Daardoor is iemand die een infectie met het virus overwint slechts kort immuun voor een nieuwe besmetting.

De coronavirussen maken onderdeel uit van de virusfamilie met positief enkelstrengig RNA als genetisch materiaal. Ze danken hun naam aan de krans (in het Latijn corona) rond de virusdeeltjes.

Kijk voor meer informatie over een RNA-virus in het dossier RNA
Kijk voor meer informatie over SARS-COV-2 in het dossier Coronavirus